Achtergrond

Binnen het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ van het ministerie van VWS krijgen lokale sport- en beweegaanbieders de kans om succesvol sport- en beweegaanbod in hun eigen buurt toe te passen. Sport- en beweegaanbieders kunnen alleen een beroep doen op middelen uit de Sportimpuls Kinderen sportief op gewicht, als de activiteiten gebaseerd zijn op het aanbod dat op de Menukaart Sportimpuls Kinderen sportief op gewicht staat. 

Om beter aanbod voor kinderen van 0 tot 4 jaar met overgewicht beschikbaar te krijgen, dienen de interventies op de Menukaart Sportimpuls KSG verder ontwikkeld te worden. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de kwaliteit, of de interventie specifiek geschikt maken voor kinderen met overgewicht. Neem altijd contact op met de interventie eigenaar om de mogelijkheden voor doorontwikkeling te bespreken. De interventie eigenaar biedt bij het opstellen van een Sportimpuls KSG aanvraag passende ondersteuning aan u als aanvrager. Bijvoorbeeld in de vorm van een adviesgesprek, beschikbaar stellen van bondsgegevens, delen van kennis en netwerk, of een doorverwijzing naar de ondersteuningsorganisatie Sportimpuls (OOSI).

Voor de doelgroep 12-18 jarigen kunt u de succesvolle interventies van de Menukaart KSG lokaal in zetten. Ook hier is het van belang contact op te nemen met de interventie- eigenaar.

Elke aanvraag in de Sportimpuls KSG moet voldoen aan drie kernelementen:

  1. samenwerking tussen zorg & sport
  2. ouderparticipatie & opvoedingsondersteuning
  3. sport & beweegaanbod

In de Menukaart KSG is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de interventie reeds voldoet aan de kernelementen. Bekijk hiervoor de ‘ Bijlage kosten, uren, doorontwikkeling en kernelementen’ op de detailpagina van de interventie. Wanneer een interventie niet alle kernelementen in zich heeft, moet hier op lokaal niveau invulling aan gegeven worden.

Tevens heeft de interventie eigenaar in de bijlage aangegeven op welke kosten gerekend kan worden bij inzet van de interventie en voor de doelgroep 0-4 jarigen in welke richting hij of zij denkt voor het doorontwikkelen van de interventie.